Terug naar Libanon in 1995, een kort reisverslag.

Op 3 september 1995 werd vanaf Schiphol een aanvang gemaakt met onze reis naar Zuid-Libanon. Met een tussenstop in Brussel kwamen wij rond 19.00 uur, plaatselijke tijd, aan in Amman. Op het vliegveld van Amman kregen wij van de autoriteiten een transit-card, waarmee wij ons op het voor het publiek toegankelijke gedeelte van het vliegveld, vrij konden bewegen. Ondanks dat wij voor JordaniŽ geen visum hadden werd ons niets in de weg gelegd om de binnenstad van Amman te bezoeken.

Op 4 september vertrokken wij om 06.45 naar Beiroet, ongeveer een uur later stonden wij op het vliegveld van Beiroet. Bij de uitgang van het vliegveld zou voor ons een taxi klaar staan, helaas bleek dat door de plaatselijke reisagent niet geregeld te zijn. Na telefonisch contact met onze reisagent in Beiroet, kwam er dan toch een auto en konden wij op weg naar het zuiden. Vanaf het vliegveld voerde de tocht naar Haris, waar destijds het hoofdkwartier van Dutch-batt was gevestigd. Van het kampement van weleer was vrijwel niets meer terug te vinden, slechts de slagerij van het kampement stond nog gedeeltelijk overeind en deed nu dienst als geitenstal. Wij hebben daar wat rondgelopen, waarbij opviel dat de plaatselijke bevolking weinig of geen aandacht aan ons besteedde. Het leek wel alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat er ex-Unifillers op bezoek kwamen.

We hadden geregeld dat wij de eerste nacht bij een familie in Haris zouden overnachten, bij die familie werden wij binnengehaald met de ons bekende Libanese gastvrijheid. Er kwam eten op tafel, vooral veel eten, en wij moesten aan de gebruikelijke waterpijp geloven. Diezelfde dag hebben wij getracht contacten te leggen met de diverse militaire instanties om een bezoek aan het door IsraŽl bezette gebied (enclave) mogelijk te maken. Dit verliep zeer moeizaam waardoor wij genoodzaakt waren om de volgende dag onze onderhandelingen daarover voort te zetten. Na de nacht doorgebracht te hebben bij de Libanese familie zijn wij de volgende dag weer verder gaan zoeken naar een mogelijkheid om de enclave binnen te komen. Tevens bezochten wij het plaatsje Yatar, het was daar doodstil en absoluut niets meer terug te vinden uit 'onze tijd'. Ons bezoek wekte nog wel de interesse van een man van de Hezbollah-militie, enigszins provocerend sprak hij ons aan. Hierna zijn wij in de richting van de kustweg gereden en hebben nog een aantal oude posten bezocht, waaronder post 7.4 in Majdal Zoun, het vroegere hoofdkwartier van de Charlie compagnie. Nu ingebruik als hoofdkwartier van het Nep-batt. (Nepal).

Post 7-4.

Ondanks een gesprek met de commandant van Nep-batt bleek het niet te regelen om vanuit zijn gebied een bezoek aan de enclave te brengen. Hierna zijn wij naar post 7.18 gereden die nu wordt bemand door de Fiji's. Hier hebben wij bij het befaamde restaurant van Sharif (met zwembad!) gegeten.

Hier waren wij weer even terug in Libanon!

Na deze onvergetelijke hereniging gingen wij naar een hotel in Tyre, omdat onze hoop er nog steeds op gevestigd was dat wij de enclave konden bezoeken zijn wij op 6 september teruggegaan naar de Fiji's op post 7.18. Helaas konden zij ook niets regelen voor ons. Wij hebben toen de stoute schoenen aangetrokken en zijn naar het Libanese leger in Qana gereden, de commandant van het Libanese leger ter plaatse had echter geen tijd voor ons en stelde voor om het te proberen in Tyre Barracks, een kazerne in Tyre. Bij de kazerne in Tyre mochten uiteindelijk, na lang onderhandelen, twee man uit onze groep naar binnen voor een gesprek met een commandant. Deze was na onze uitleg zo vriendelijk om contact op te nemen met de liaisonofficier in Naqoura( deze onderhoud het contact tussen Unifil en de verschillende milities) Na dit gesprek moesten wij ons de volgende dag weer melden in Tyre, daar werden wij opgewacht door de betreffende liaisonofficier.
De liaisonofficier bracht ons naar Naqoura (het hoofdkwartier van Unifil) waar onze toegangspasjes voor de enclave werden geregeld. Na korte tijd in Naqoura te hebben rondgelopen, zijn wij met een UN auto naar post 7.5 gebracht. Slechts kort konden wij op post 7.5 blijven, omdat anders de status van de liaisonofficier in gevaar zou komen. Na ons bezoek werden wij teruggebracht naar post 7.18.

Post 7-5.

De volgende dag, zijn wij nog teruggegaan naar post 7.4, we wilden kijken of wij onder de plaatselijke bevolking nog bekenden tegen kwamen. Jammer genoeg was dat niet het geval.

In de avond in het hotel in Tyre werden wij getrakteerd op een Libanese bruiloft, kennelijk moet iedereen die zich in het hotel bevindt daar aan meedoen. Overeenkomsten met een westerse bruiloft zijn er weinig, het feest bestond vooral uit het eten van broodjes en mier zoete bruidstaart.
De laatste dag van onze tocht door Libanon hebben wij doorgebracht in Beiroet, nog steeds ziet de plaats er uit als een stad in oorlog. Slechts op een enkele plek werd gewerkt aan het herstel, vandaar dat op een enkele plek naast de kapot geschoten gebouwen een modern pand verrijst. Indrukwekkend was een rit over de zogenaamde 'Groene Lijn', die destijds de stad in tweeŽn deelde. Iedereen zal zich de journaal beelden uit Beiroet herinneren waarin melding werd gemaakt van de gevechten rond deze straat, de wonden van de oorlog zijn daar nog het meest duidelijk. Gevels van woningen zien er uit als een maanlandschap en duidelijk zijn de inslagen van granaten te herkennen. Ondanks dat wonen de mensen, weliswaar illegaal, in deze voor ons als woning onherkenbare gebouwen. Half in de open lucht, tussen de pilaren waarop destijds flatgebouwen stonden, proberen handelaren hun waar aan de man te brengen.

De Groene Lijn.

Na een dag in Beiroet en een overnachting in een hotel, gingen wij in de volgende ochtend via Amman terug naar Amsterdam.



Hoe ik deze terugreis ervaren heb?

Wil je dat weten kijk dan op de VOL website, kies "Vredesmissies" en vervolgens "Fort Wanhoop".

Veteranen-online.

Terug.